Beelddenken Voorlezen

#ff8800

Beelddenken

Alle mensen worden als beelddenker geboren. Als baby ruik je, voel je, proef je, kijk je, hoor je en doe je, vooral. Er is nog geen taal.
In contact met een talige omgeving ontwikkelt zich het taaldenken. Uit onderzoek blijkt dat kinderen rond hun kleutertijd onbewust een voorkeur ontwikkelen voor het beelddenken of het taaldenken (Murre, 2010). Deze voorkeur is voor ruim 40% erfelijk bepaald, blijft je hele leven aanwezig en heeft dus constante invloed op hoe men denkt, leert en werkt.

Beelddenken is denken in beelden en gebeurtenissen. Het is een ruimtelijke manier van denken: driedimensionaal, snel en ongeordend. Beelddenkers ‘zien’ beelden van situaties en handelingen, waarin meerdere zaken naast elkaar zichtbaar worden, op elkaar inwerken en dan een betekenisvol geheel vormen (Ojemann, 1987).

Intelligente (hoogbegaafde) mensen zijn vaak beelddenker. Met beelden kun je snel, creatief en associatief denken (Silverman 2001). Taaldenken verloopt veel trager en in vaste volgordes. Als je bedenkt dat je 32 beelden per seconden kunt denken, tegenover maar 2 woorden per seconde, is het duidelijk dat beelddenkers gesproken of geschreven taal vaak saai en langzaam vinden. Dit snelle beelddenken houdt ook in dat het moeilijk is om gedachten duidelijk te verwoorden.

Beelddenkers denken dus primair (eerste reactie) in beelden en gebeurtenissen. De meesten kunnen in tweede instantie ook het taal- en begrips- denken toepassen. Zij ondervinden geen problemen in het talige onderwijs. Beelddenkers die het talige niet onder de knie (kunnen) krijgen, lopen vast bij onder andere het lezen (fonologie), spellen (woordbeeld), automatiseren (rekenen) en tekstbegrip. Bij omstandigheden zoals dyslexie en/of AD(H)D kunnen kinderen zelfs noodgedwongen vasthouden aan het oorspronkelijke beelddenken. Er komt dan niet uit wat er in ins zit. Bij beelddenkers komt alle informatie tegelijk binnen: zien, horen, voelen, proeven en denken. Hierdoor komen beelddenkers vaak als impulsief en hyperactief over. Een link naar ADHD is snel gemaakt, maar onjuist. Tegelijkertijd kan een beelddenker dromerig en afwezig overkomen. Zijn snelle denken maakt dat hij in zijn eigen gedachtewereld afdwaalt en zich afsluit voor zijn omgeving. Dit heeft niets te maken met ADD, een ASS of gehoorproblemen. Luisteren is gewoon een zwakke leeringang (zintuig) voor beelddenkers. Wat ze zien, verdringt datgene dat ze horen.

Algemene kenmerken van Beelddenkers:                                                                       

  • Overzien in 1 oogopslag ingewikkelde situaties
  • leggen snel logische verbanden
  • associëren razend snel
  • denken als vanzelf ‘out of de box’, wat kan leiden tot originele ideeënz
  • zijn visueel sterk en auditief zwak
  • zijn zeer creatief
  • hebben woordvindingsproblemen, het beeld moet omgezet worden in taal
  • ‘zien’ het helemaal voor zich en willen direct aan de slag
  • werken vanuit overeenkomsten en zien slecht verschillen
  • werken vanuit het geheel (divergerend)
  • hebben moeite met volgorderlijk werken en denken
  • nemen informatie gelijktijdig op (simultaan)
  • hebben structuur en kaders nodig.                                                                                                                                                                                                             

Kenmerken van Beelddenkers op school:

  • Lezen naar context en vorm, niet op details
  • Slaan de fonologische leesprocedure over en stappen direct over op de lexicale procedure.
  • horen klanken in woorden niet of slecht
  • spreken woorden naar klank uit en voegen eigen beelden toe (rontonden, brooderham)
  • lezen/schrijven beeldloze woorden niet (de, in naar, enz)
  • luisteren slecht, maar zijn niet doof. Het zien gaat voor het luisteren.
  • Zijn snel afgeleid, doordat ze met al hun zintuigen gelijktijdig informatie opnemen.
  • maken bij spelling veel oriëntatiefouten (staart-straat, b/d, v/f)
  • moeite met hoeveelheidsbegrip en inzicht bij rekenen.
  • zwakke automatisering letters, sommen tot 20 en tafels.
  • nemen taal letterlijk (spreekwoorden, gezegdes, mopjes)

(Bron: Omgaan met Beelddenkers door Marion van de Coolwijk, JSW december 2012)

Voor meer informatie over beelddenken, kun je ook dit filmpje bekijken:

FILMS